Kerkvader Ambrosius (339-397)

De Heilige Ambrosius (339 - 4 april 397) was een kerkvader. Hij was bisschop van Milaan, en schreef veel werken over de Kerk.

Ambrosius werd geboren in 339 in Trier, waar in die periode de keizer van het West-Romeinse Rijk zetelde; zijn vader vervulde daar de taak van pretoriaans prefect voor de Gallische provincies. Hij stamde uit een rijke Romeinse familie die zich had bekeerd tot het christendom. De jonge Ambrosius studeerde in Rome wetenschappen en redenaarskunst, en werd door keizer Valentinianus II als gouverneur van de Noord-Italiaanse provincies naar Milaan gestuurd.

In die tijd bestond in West-Europa het Arianisme. In Milaan was de strijd tussen Arianen en orthodoxen zo sterk dat na de dood van de bisschop van Milaan, Auxentius, de orthodoxen en Arianen allebei hun kandidaten voor de benoeming van een nieuwe bisschop voorstelden en er niet in slaagden om tot een akkoord te komen. In de kathedraal waar de vergadering gehouden werd, laaiden de gemoederen zo hoog op dat men Ambrosius, in zijn functie van gouverneur, ter hulp riep. Zijn overtuigingskracht en manier van optreden bevielen het volk zo dat men hem eensgezind en geheel onverwacht - hij had geen enkele kerkelijke wijding en was zelfs niet gedoopt - tot bisschop verkoos. Ambrosius liet zich terstond dopen en werd acht dagen later tot bisschop gewijd.

Ambrosius was een groot kerkvader, maar ook een groot politicus. Zijn voornaamste bekommernis als bisschop was de strijd tegen de Arianen, die op de sympathie van de keizer konden rekenen. Hij vaardigde veel edicten uit en riep concilies samen gericht tegen deze leer. Ambrosius slaagde erin definitief komaf te maken met het Arianisme door het Concilie van Aquileia (381). Zijn allegoriserende preekstijl lag mede aan de basis van de bekering van de rhetor Augustinus.

Ambrosius stierf op 4 april 397 en ligt begraven in de basiliek in Milaan die zijn naam draagt.

Ambrosius is patroon voor de imkers. Een legende vertelt dat boven de wieg van Ambrosius een zwerm bijen vloog. De bijen druppelden honing in de mond van de baby, vandaar dat men spreekt dat de redevoeringen van deze heilige "zoet als honing" waren.

 
 
Alle auteurs